Schrijffout in concurrentiebeding voor rekening werkgever

Onlangs kwam bij de Kantonrechter Zwolle de vraag aan de orde of het Haviltex-criterium ook gebruikt mag worden om een onvolledig geformuleerd concurrentiebeding ambtshalve aan te vullen ten nadele van werknemer. De Hoge Raad heeft destijds bepaald dat voor de uitleg van concurrentiebedingen aansluiting kan worden gezocht bij het Haviltex-criterium (Hoge Raad 4 april 2003, JAR 2003/107). Daarbij komt het aan op de "zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepaling mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

De feiten:
De werknemer heeft tot twee keer toe het volgende, onvolledig geformuleerde, concurrentiebeding ondertekend:

“Werknemer bindt zich gedurende een periode van een jaar na het einde van het dienstverband – ongeacht de wijze waarop deze is geëindigd – in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn bij ondernemingen van cliënten of relaties van werkgever”.

De werkgever heeft verzuimd om het woordje “niet” in het concurrentiebeding op te nemen. Letterlijke lezing van het beding heeft hierdoor tot gevolg dat werknemer niet wordt gehinderd door enig verbod.

Als de werknemer op enig moment bij een relatie van de werkgever in dienst treedt, vordert de werkgever schadevergoeding wegens overtreding van het concurrentiebeding. De werknemer stelt zich primair op het standpunt dat hij niet gebonden is aan enig concurrentiebeding. De werkgever geeft hierop aan dat het beding weliswaar een kennelijke verschrijving bevat, maar dat de bedoeling van partijen toch duidelijk is: de werknemer moet zich gedurende een jaar na beëindiging van het dienstverband onthouden van werkzaam zijn of betrokken zijn bij ondernemingen van cliënten of relaties van de werkgever (Haviltex criterium)!

Het oordeel:
De kantonrechter Zwolle gaat voorbij aan het verweer van werkgever. Hij wijst daarbij op het in artikel 7:653 BW opgenomen schriftelijkheidsvereiste. Ter bescherming van de werknemer is bepaald dat een concurrentiebeding alleen schriftelijk kan worden aangegaan. In deze eis van schriftelijkheid ligt naar het oordeel van de kantonrechter ook besloten dat de inhoud van de tekst bepalend is voor de reikwijdte van het beding: voor ambtshalve aanvulling van onvolledige teksten ten nadele van de werknemer behoort geen plaats te zijn, aldus de kantonrechter.

In casus is een cruciaal woord, namelijk “niet”, weggelaten. Het gevolg daarvan, te weten dat werknemer niet gehinderd wordt door een contractueel verbod, komt geheel voor rekening van de werkgever, zo concludeert de kantonrechter. De vordering van de werkgever wordt afgewezen. Deze uitspraak is gepubliceerd onder www.rechtspraak.nl onder LJN AZ3068.

 

Lees ook:Ontbreken relatiebeding levert geen vrijbrief op
Lees ook:Wankelt het concurrentiebeding?
Lees ook:Hoogte ontbindingsvergoeding afhankelijk gesteld van matiging concurrentiebeding
Lees ook:Werknemer met zeer kort dienstverband gehouden aan concurrentiebeding
Lees ook:301 vragen over arbeidsovereenkomsten!

Eén reactie op “Schrijffout in concurrentiebeding voor rekening werkgever

  1. Vertaalbureau

    Elke keer weer lees je dat men voorbij gaat aan gezond verstand. Verbijsterend vind ik het. Goed dat er aandacht aan geschonken wordt.

      /   Beantwoorden  / 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.