Ontbinding arbeidsovereenkomst met zieke werkneemster, waarbij c-factor is gesteld op 1,5.

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gewijzigde omstandigheden van zieke werkneemster, waarbij c-factor is gesteld op 1,5. Werkgever wordt zwaar aangerekend dat werkneemster niet ziek is gemeld en dat werkgever niet op verantwoorde wijze en begeleid door deskundigen op reintegratie en herstel gerichte actie heeft ondernomen.

De Kantonrechter van de Rechtbank Arnhem, locatie Nijmegen, heeft op 7 november 2006 als volgt overwogen:

"Aldus staat voor de kantonrechter in deze procedure vast dat werkgeefster willens en wetens, terwijl zij volledig op de hoogte was van de omstandigheid dat er in feit sprake was van ernstige overspannenheid en arbeidsongeschiktheid bij werkneemster, haar niet ziek heeft gemeld en geen hulp heeft ingeroepen van ter zake kundige personen of instanties zoals bedrijfsarts, arbodienst of UWV. Gerichte op reïntegratie en herstel toegesneden maatregelen of instrumenten zijn niet toegepast of ingezet. Werkgeefster heeft aan feitelijke actie, naast talloze gesprekken, niet meer ondernomen dan dat zij werkneemster medio 2005 ontheven heeft van haar lesgevende taken en een aantal taken "in de luwte" (op administratief gebied) heeft gegeven. Van constructieve op reïntegratie van werkneemster in haar eigen werk gerichte acties in 2005 is de kantonrechter niet gebleken uit de stukken. Des te navranter is dat werkneemster tijdens het beoordelingsgesprek van 7 juni 2006 nog "afgerekend" wordt op haar functioneren als docent en mentor, terwijl zij op dat moment al ongeveer een jaar niet meer als zodanig werkzaam was/mocht zijn.

Dit alles valt werkgeefster zwaar aan te rekenen. Van haar als zorgvuldig handelend werkgeefster mocht worden verwacht dat zij werkneemster, die overduidelijk mede door haar psychische toestand niet meer in staat is om haar werk te verrichten, ziek had gemeld en dat zij op verantwoorde wijze en begeleid door deskundigen op reïntegratie en herstel van werkneemster gerichte actie had ondernomen. Zij kan zich er niet achter verschuilen dat werkneemster niet ziek gemeld wilde worden. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever om dit in voorkomende gevallen te doen. werkneemster heeft in dit verband terecht opgemerkt dat werkgeefster haar tegen zichzelf in bescherming had moeten nemen. Werkgeefster kan zich evenmin verschuilen achter haar organisatiestructuur of basis-democratische manier van besluitvorming, zoals zij ter zitting leek te willen doen. Besluitvorming op dit voor werknemers zo belangrijke terrein dient door deskundige leiding plaats te vinden en niet door de gezamenlijke medewerkers.

Dat de verstandhouding en de mogelijkheden tot voortzetting van de samenwerking door deze wijze van opereren van werkgeefster geen goed zal zijn gedaan, is, los van hetgeen hierna nog wordt overwogen, aannemelijk. Daarnaast, minstens zo belangrijk, is bepaald niet uit te sluiten dat het herstel van werkneemster niet bepaald bevorderd is door het uitblijven van adequate actie door werkgeefster.

Los van alle kritiek die kan worden geuit op de manier waarop werkgeefster met de kennelijke arbeidsongeschiktheid van werkneemster is omgegaan en op de wijze van verslaglegging/documentatie, kan uit hetgeen werkneemster zelf ter mondelinge behandeling heeft opgemerkt over de samenwerking met haar collega’s en uit hetgeen in de vele verslagen telkens weer op dit punt naar voren komt, afgeleid worden dat er wel degelijk sinds lange tijd sprake is van een probleem in de samenwerking tussen werkneemster en haar collega’s. Werkneemster stoorde zich zeer aan de manier waarop haar collega’s werkten en vond dat zij een betere manier van werken had en het bij het rechte eind had. Telkens weer komt in de stukken naar voren dat werkneemster, naar de kantonrechter aanneemt: daarom, haar eigen gang ging en afweek van de interne werkafspraken en dat de collega’s zich daar zeer aan stoorden. Bij herhaling is die kritiek aan haar kenbaar gemaakt. Dat werkneemster zich iets aan die kritiek gelegen heeft laten liggen komt de kantonrechter niet aannemelijk voor en blijkt ook uit niets. Daarmee heeft zij zelf ook een rol een in het verstoord raken van de arbeidsverhouding gehad. Het stond werkneemster uiteraard vrij om andere ideeën over lesgeven aan de specifieke doelgroep jongeren en over de wijze van organiseren daarvan te hebben dan de organisatie en haar mede-teamleden, maar indien zij in deze specifieke organisatie wilde blijven werken had zij zich wellicht meer moeten conformeren dan zij thans heeft willen doen.

Bij de beoordeling is verder van belang dat werkneemster’s kansen op de arbeidsmarkt, gelet op haar leeftijd en het feit dat zij nog arbeidsongeschikt is, niet als gunstig moeten worden ingeschat.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de kantonrechter een vergoeding aan werkneemster zal toekennen waarbij de correctiefactor op 1,5 wordt gesteld."

De hele uitspraak is na te lezen op www.rechtspraak.nl onder LJN: AZ1791.

Lees ook:Kantonrechter kent vergoeding toe tegen correctiefactor c = 3
Lees ook:Kantonrechter negeert adviezen van het UWV
Lees ook:Consequenties onzorgvuldige re-integratie door werkgever
Lees ook:Europees Hof van Justitie: gelijk werk geeft geen recht op gelijk loon
Lees ook:Terechte weigering urenspreiding door de werkgever

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.